Diagnose

De diagnose APS kan gesteld worden op basis van de medische voorgeschiedenis van een persoon en de resultaten van specifieke laboratorium testen.

Om de diagnose APS te stellen moet het volgende aanwezig zijn:

• Tenminste éénmalig een episode met abnormale bloedstolling in een bloedvat (trombose) doorgemaakt

of

• Tenminste één miskraam doorgemaakt na een zwangerschapsduur van 10 weken, en/of drie of meer opeenvolgende miskramen vóórdat 10 weken zwangerschap waren verstreken en/of een zwangerschap doorgemaakt die vanwege zwangerschapsvergiftiging vóór 34 weken zwangerschap eindigde.

en

• Bij herhaling tenminste één positieve test voor het aantonen van Antifosfolipiden antistoffen (APA) in tenminste twee bloedmonsters die met een interval van minimaal 3 maanden werden afgenomen. Het bloed monster moet onderzocht worden op aanwezigheid van de volgende drie soorten APA: het lupus anticoagulans, anti-cardiolipine antistoffen en anti-beta-2-glycoprotein I antistoffen.

 

Schrijf u in op onze nieuwsbrief



Ontvang HTML?

Nieuw met de diagnose

De diagnose Antifosfolipide syndroom kan veel vragen oproepen. Als u pas de diagnose APS heeft gekregen komt er veel informatie op uw af. Hier vindt u een suggestie om daar mee om te gaan...

lees verder

banner steun nvle

Banner fonds

Vragen vragen en nog eens vragen...

Is het Antifosfolipiden syndroom erfelijk?
En is het besmettelijk?
Kun je er eigenlijk oud mee worden?
het antwoord op veelgestelde vragen vind je hier!

Lees verder

Accepteer cookies Of lees ons privacybeleid