Gezocht

Meepraten vanuit patiëntenperspectief

ARCH

Voor het project ARCH, opgezet door het ReumaNederland, is antifosfolipidensyndroom.nl op korte termijn op zoek naar een antifosfolipide patiënt die op basis van ervaringsdeskundigheid wil meepraten over wat er nu precies wel en niet belangrijk is. Je praat op gelijkwaardige basis mee met de gespecialiseerde dokters en geeft de actieve input. Ook ben je aanwezig bij de vergaderingen. Ervaring leert dat dit een keer of acht per jaar is, waarbij de vergaderingen soms telefonisch gehouden worden. Voor deze vrijwillige functie worden de reis en eventueel andere kosten vergoed door de Stichting Arch.

Lidmaatschap van de NVLE is geen vereiste. Meer informatie over ARCH op de website

Voor meer informatie, aanmelden/of reactie kun je mailen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Proefschrift Luuk van den Hoogen

Het immuunsysteem ontrafeld

in systemische lupus erythematodes en het antifosfolipiden syndroom

Nederlandse samenvatting

 

Delineating the deranged immune system

in systemic lupus erythematosus and antiphospholipid syndrome

 

Systemische lupus erythematodes (SLE) is een auto-immuunziekte die wordt gekenmerkt door de vorming van antistoffen tegen verschillende lichaamseigen eiwitten inclusief het eigen DNA. Deze antistoffen activeren het afweersysteem (immuunsysteem) wat kan leiden tot ontstekingen in verschillende orgaansystemen waaronder de huid, gewrichten en nieren. SLE kan op elke leeftijd voorkomen maar wordt het vaakst ontdekt rond het 30e levensjaar en vrouwen worden vaker getroffen dan mannen (de vrouw-man verhouding bedraagt ongeveer 9:1).

Ondanks dat we de precieze oorzaak van SLE niet kennen, weten we dat een ontregeling van het immuunsysteem ten grondslag ligt aan SLE. Dankzij wetenschappelijk onderzoek naar de rol van het immuunsysteem in patiënten met SLE begrijpen we beter welke immuuncellen en ontstekingseiwitten betrokken zijn bij het ontstaan van en in stand houden van SLE. Dergelijk onderzoek heeft geleid tot de ontdekking van aangrijpingspunten voor nieuwe medicijnen alsook de ontdekking van signaalstoffen welke gebruikt kunnen worden om bijvoorbeeld ziekteactiviteit te meten in patiënten met SLE (zogenaamde biomarkers).

Het antifosfolipiden syndroom (Engels: antiphospholipid syndrome, APS) behoort net als SLE tot de auto-immuunziekten. In patiënten met APS worden zogenaamde antifosfolipiden antistoffen gevonden (zoals antistoffen tegen β2-glycoproteïne I en cardiolipine of een positieve lupus anticoagulans test). Klassieke uitingen van APS zijn trombose (bijvoorbeeld een trombosebeen of een beroerte) en zwangerschapscomplicaties (bijvoorbeeld herhaalde miskramen). Daarnaast kunnen afwijkingen van de hartkleppen, nieren en een verlaagd aantal bloedplaatjes voorkomen. APS werd voor het eerst beschreven in patiënten met SLE. Ongeveer 20% van de SLE patiënten heeft naast SLE ook APS (secundair APS, SLE+APS). Anderzijds kan APS ook voorkomen in patiënten die geen SLE (of andere auto-immuunziekte) hebben en wordt dan primair APS genoemd (PAPS).

Wetenschappelijk onderzoek naar APS heeft zich voornamelijk gericht op hoe antifosfolipiden antistoffen de bloedstolling activeren. Trombose (de vorming van bloedstolsels leidend tot een afsluiting van een bloedvat) is immers de belangrijkste uiting van APS. In tegenstelling tot andere auto-immuunziekten weten we echter nog betrekkelijk weinig over de rol van het immuunsysteem in APS. Daarom onderzochten wij in dit proefschrift verschillende typen immuuncellen en ontstekingseiwitten in het bloed van patiënten met APS en vergeleken APS patiënten met SLE patiënten. Zo brachten we de rol van het immuunsysteem in APS en SLE in kaart.

Het immuunsysteem ontrafeld in het antifosfolipiden syndroom

In hoofdstuk 2 schreven we een overzichtsartikel over wat er tot dan toe onderzocht was met betrekking tot het immuunsysteem in patiënten met APS. Eén van de dingen die ons hierbij opviel is dat er weinig onderzoeken zijn gedaan die APS met SLE vergelijken. In de daarop volgende hoofdstukken beschreven we immunologische fenomenen in patiënten met PAPS in vergelijking tot patiënten met SLE of SLE+APS. Zo beschreven we de aanwezigheid van een interferon signature (hoofdstuk 3) in patiënten met APS en ontdekten dat deze gemakkelijk te bepalen is door het stofje galectin-9 te meten (hoofdstuk 4). Ook beschreven we dat APS patiënten, net als SLE patiënten, een versterkte neiging tot het produceren van neutrophil extracellular traps (NETs) (hoofdstuk 5 en 6) en een verhoogde productie van het ontstekingseiwit BAFF (B-cell activating factor, hoofdstuk 7) hebben. We beschreven met welke factoren deze immunologische fenomenen samenhangen in patiënten met APS. Aangezien deze immunologische afwijkingen aangrijpingspunten vormen voor nieuwe therapieën in SLE, zouden dergelijke geneesmiddelen in de toekomst misschien ook kunnen worden gebruikt voor de behandeling van APS.

Plasmacytoide dendritische cellen en type I interferon: oorzaak en gevolg in SLE en APS

Plasmacytoide dendritische cellen (pDCs) zijn immuuncellen die grote hoeveelheden interferon kunnen produceren. Zij worden daarom gezien als oorzaak van de interferon signature in patiënten met SLE en APS. Om te bestuderen waarom en hoe deze cellen interferon produceren in SLE en APS isoleerden wij pDCs van deze patiënten en bestudeerden hun genexpressie profiel. We ontdekten dat microRNAs, dit zijn kleine stukjes RNA die de expressie van andere genen reguleren, verlaagd tot expressie komen in pDCs van SLE en APS patiënten, met name in patiënten met een sterkere  interferon signature (hoofdstuk 8). Dit profiel van verlaagde microRNA expressie komt overeen met het microRNA profiel van geactiveerde pDCs en draagt mogelijk bij aan de activatie van pDCs in SLE en APS.

Daarnaast beschreven we gen-expressie profielen in pDCs en vergeleken deze met een ander type dendritische cel, de myeloide dendritische cel (mDC) in patiënten met SLE, SLE+APS en PAPS. Opvallend genoeg waren er meer overeenkomsten dan verschillen in de gen-expressie profielen van deze cellen tussen SLE en APS patiënten waarbij de aanwezigheid van de interferon signature een grote invloed had op het gen-expressie profiel. Hoewel in beide cellen interferon het gen-expressie profiel sterk beïnvloedt, was het cel specifieke effect van interferon op beide cel typen verschillend met het uiteindelijke effect de interferon signature in stand te houden (hoofdstuk 9). 

Het effect van interferon op immuuncellen in SLE en andere autoimmuunziekten

Granzyme B (GrB) is een stof die wordt uitgescheiden door immuuncellen waaronder pDCs en T-cellen. Een teveel aan GrB kan schade aanrichten aan weefsels. In hoofdstuk 10 zagen we dat GrB, maar niet andere granzymen, verhoogd aanwezig zijn in het bloed en in de nieren van patiënten met SLE. In het bloed hing dit samen met een hogere interferon signature en in het nierbiopt met de chroniciteitsindex zoals bepaald door de patholoog. In hoofdstuk 11 bestudeerden we de recent ontdekte innate lymphoid cells (ILCs) in patiënten met SLE en patiënten met het syndroom van Sjögren (SjS). In andere reumatische ziektebeelden waaronder reumatoïde artritis spelen deze cellen een rol in het in stand houden van ontsteking in het weefsel en wij beschreven dat in SLE en SjS de ILC aantallen samenhangen met de interferon signature.

Massacytometry: een nieuwe manier om het immuunsysteem te doorgronden?

Het immuunsysteem bestaat uit verschillende type immuuncellen. Elk type immuuncel brengt specifieke eiwitten tot expressie op zijn celmembraan. Hierdoor kunnen onderzoekers bepalen welke immuuncellen er aanwezig zijn in het bloed of weefsel van patiënten. Cytometry by time of flight (CyTOF) is een nieuwe manier om verschillende typen immuuncellen te meten in bijvoorbeeld bloed van patiënten met auto-immuunziekten. Het voordeel van CyTOF is dat op 1 cel ruim 40 verschillende markers in één keer bestudeerd kunnen worden. In hoofdstuk 12 gebruikten we CyTOF om de proporties van immuuncellen tussen verschillende auto-immuunziekten in kaart te brengen. Naast SLE bestudeerden we patiënten met verschillende uitingen van systemische sclerose (SSc) en patiënten met het syndroom van Sjögren (SjS). Hoewel er veel overeenkomsten zijn in het voorkomen van subtypen immuuncellen tussen de drie ziektebeelden kent ieder ziektebeeld één of meerdere subtype immuuncellen waarvan de frequentie meer specifiek is aangedaan in dat ziektebeeld.

Conclusie

In dit proefschrift beschreven wij immunologische kenmerken van patiënten met APS in vergelijking tot patiënten met SLE. Daarnaast bestudeerden wij in geselecteerde hoofdstukken ook andere auto-immuunziekten zoals het syndroom van Sjögren en systemische sclerose. Door verschillende immuuncellen en ontstekingseiwitten te bestuderen beschreven we verschillen, maar met name ook overeenkomsten in immunologische fenomenen tussen deze verschillende ziektebeelden. Het herkennen en indelen van patiënten met verschillende auto-immuunziekten op basis van immunologische afwijkingen kan in de toekomst bijdragen aan nieuwe behandelingsmogelijkheden in patiënten met auto-immuunziekten.

Wat kan er volgens u beter in de zorg?

ARCHPraat mee over het antifosfolipiden syndroom!NVLE logo

 

Beste heer/mevrouw, 


Graag nodigen wij u uit voor deelname aan een groepsgesprek over uw ervaringen in de zorg rondom het antifosfolipidensyndroom (APS) en uw mening over knelpunten en verbeterpunten. Deze groepsgesprekken maken deel uit van de activiteiten van werkgroep ARCH-APS.

ARCH - ARCH staat voor Arthritis Research and Collaboration Hub en is een initiatief van het Reumafonds. Het project bouwt een online medisch expertiseplatform over zeldzame vormen van reuma, voor alle patiënten en artsen in Nederland die daarmee te maken krijgen. Dit project is gestart omdat de zorg voor mensen met zeldzame vormen van reuma – ook wel systemische auto-immuunziekten genoemd – beter kan.

NVLE - De NVLE draagt dit initiatief een warm hart toe en is nauw betrokken bij het project om zo ARCH tot een succes te maken. Het is belangrijk dat we de stem van alle patiënten laten klinken en daarom is uw deelname zo waardevol.

 

Deelname groepsgesprek - Wij vragen u eenmalig deel te nemen aan een groepsgesprek waar u uw ervaringen kunt delen en uw mening kunt geven over knelpunten en wensen rondom de zorg voor APS. Het gesprek zal plaatsvinden in een groep van 6 tot 10 patiënten en zal geleid worden door een onderzoeker van ARCH. Het groepsgesprek vindt op twee momenten plaats op twee verschillende plekken in het land en zal ongeveer 1,5uur duren. Bij ieder gesprek is ook een vrijwilliger van de NVLE aanwezig. Meer informatie over de locatie krijgt u als u zichzelf heeft aangemeld. Alle locaties zijn goed bereikbaar met openbaar vervoer en de auto.

Na het groepsgesprek vragen wij u commentaar te geven op een samenvatting van dit gesprek om te toetsen of de kern van het interview goed is overgekomen en volledig is. Uw gegevens worden strikt vertrouwelijk behandeld en uw naam zal in rapporten over het gesprek niet worden genoemd. Het groepsgesprek wordt opgenomen met een geluidsrecorder. De geluidsopnamen worden digitaal bewaard en alleen de onderzoeker heeft hier toegang toe.

Het groepsgesprek vindt op twee momenten plaats op twee verschillende plekken in het land. U kunt zelf kiezen welke plek het beste te bereiken is voor u. 

De onderzoekers van Arch zijn op zoek naar mensen met zowel primaire APS (alleen APS) en naar mensen met secundaire APS (bijvoorbeeld naast SLE of andere auto immuunaandoening)


Datum: 29 juni

Tijd: 10.00-12.00uur

Plaats: Utrecht, centraal station  

 

Datum: 6 juli
Tijd: 10.00-12.00uur

Plaats: Afhankelijk van de aanmeldingen zal een locatie worden bepaald.

Door deel te nemen aan een van de gesprekken heeft u direct invloed op de verbetering van uw zorg!

U heeft tot 20 juni de tijd Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., geef daarbij ook aan welke datum u wenst mee te doen.

 

ASK ARCH logo RGB small 300x248Andere vragen over dit project of nog vragen voordat u zich opgeeft Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

 


Voor meer informatie over ARCH kunt u terecht op www.nvle.org/arch en www.arch.nl of op deze website


Wij hopen dat wij kunnen rekenen op uw deelname!

Met vriendelijke groet, 

 

Julia Spierings, onderzoeker en medewerker ARCH

Sander Otter, patiëntvertegenwoordiger NVLE

Maarten Limper, internist- klinisch immunoloog UMC Utrecht, werkgroepleider ARCH APS

 

NVLE logoARCH

 

Nieuw met de diagnose

De diagnose Antifosfolipide syndroom kan veel vragen oproepen. Als u pas de diagnose APS heeft gekregen komt er veel informatie op uw af. Hier vindt u een suggestie om daar mee om te gaan...

lees verder

banner steun nvle

Banner fonds

Vragen vragen en nog eens vragen...

Is het Antifosfolipiden syndroom erfelijk?
En is het besmettelijk?
Kun je er eigenlijk oud mee worden?
het antwoord op veelgestelde vragen vind je hier!

Lees verder

Accepteer cookies Of lees ons privacybeleid