APS-forum Maastricht

Sander spreekgestoelteAf en toe kijk ik met verbazing naar mijn mobiele telefoon. Google blijkt per maand te onthouden waar je allemaal geweest bent en hoeveel je gereisd hebt. Zo heb ik de afgelopen maand 35 uur in de trein gezeten. Omdat het overgrote deel “een zakelijke inslag” heeft, heeft de website redactie mij gevraagd eens te beschrijven wat ik dan zoal allemaal doe.

Het hele verhaal staat op de website van de NVLE, ook de patiëntenvereniging voor mensen met APS! staat op de website van de NVLE, ook de patiëntenvereniging voor mensen met APS!

Blog Graham Hughes

 door ProfessorGraham RV Hughes MD FRCP

De zomer duurt voort - zelfs in het seizoen van zachte vruchtbaarheid is de temperatuur nog steeds hoog en hier, althans in Kent, zijn de tuinen uitgedroogd.

Op zaterdag gaf ik de inaugurele rede in het Midden-Oosten Medisch Congres, in de prachtige stad Beiroet. Deze jaarlijkse conferentie, waar artsen uit de hele regio samenkomen, waaronder Irak en Syrië, is een van mijn favoriete medische evenementen. De medische standaard is hoog - inderdaad komt een aantal van de beste werken in Hughes Syndrome / APS uit het Amerikaanse ziekenhuis in Beiroet.

Als ik bijvoorbeeld meer wil weten over de orthopedische aspecten van het Hughes-syndroom, raad ik de recente gedetailleerde beoordeling aan.

(Noureldine M en Uthman I:Antiphospholipid (Hughes) Syndrome: inzichten voor orthopedie.LUPUS (2018) 27 , 3-5)

Dit korte bezoek aan Beiroet bracht voor mij twee zeer uiteenlopende opvattingen naar voren over het belang van APS.

Een recent artikel in de British Medical Journal meende "...bloedmonsters te sturen voor antiphospholipid-tests. Ze leiden zelden overal omdat er jammer genoeg weinig nuttige behandeling is behalve warfarine voor degenen die veneuze gebeurtenissen hebben ".(dit uit het tijdschrift op 15 de eerste paper gepubliceerd op syndroom steoktober 1983).

Vergelijk dit met een opmerking van een van de senior collega's in Beiroet "Het aantal gevallen dat we zien is buitengewoon. Hoewel onlangs erkend, is dit een veel voorkomende en belangrijke ziekte ".

Volgend jaar zal de tweejaarlijkse conferentie over antifosfolipide-antilichamen worden gehouden in Manchester, geleid door professor Ian Bruce. Ik heb het gevoel dat deze conferentie invloed zal hebben op het bewustzijn van het syndroom van Hughes / antifosfolipide in het VK

Ten slotte was mijn andere recente conferentie de Patiëntenbijeenkomst die we hier in Londen hebben gehouden.Gesponsord door onze liefdadigheid GHIC, Lupus UK en London Bridge Hospital, was de bijeenkomst vol en onvergetelijk. Een van de onderwerpen die vaak naar voren kwam tijdens de vragen-en-antwoordsessie was: "Wat doet u als warfarine nalaat de symptomen op te lossen"? Ik beloofde het probleem in de blog van deze maand te bespreken, dus hier is het.

Patiënt van de maand

Geachte professor Hughes

Kunt u alstublieft advies geven? Mrs Jones, 55 jaar oud, heeft het Hughes-syndroom met DVT, problemen met het evenwicht en geheugenverlies.Na 2 vermoedelijke beroertes (TIAs) werd zij op warfarine gestart. Er was een duidelijke eerste verbetering, maar onlangs zijn een aantal van de problemen - met name de hoofdpijnen - teruggekeerd.

Dit is geen ongebruikelijke brief.Sinds de eerdere beschrijvingen van het syndroom 35 jaar geleden, was warfarine (Coumadin) de belangrijkste behandeling. Ja, aspirine en heparine hebben een belangrijke rol, maar net als in het geval van mevrouw Jones, waar het gevaar van een beroerte haar dagelijks leven betrof, was warfarine de dringende behandeling.

Warfarine heeft 2 bekende problemen. Ten eerste helpt het medialabel 'rattengif' niet in de dagelijkse klinische praktijk. Ten tweede, zijn neiging om met bijna alles om te gaan - bijvoorbeeld medicijnen (bijv. Antibiotica) en voedsel. En toch heeft het 2 grote positieve punten. Het is levensreddend en levengevend gebleken voor honderdduizenden patiënten met trombose en (zelden genoemd), het niveau van actie kan worden gecontroleerd .

De eerste twee dingen om in de zaak van mevrouw Jones te controleren, zijn de geschiedenis - elke verandering van dieet of medicijnen? Ten tweede - en van cruciaal belang - hoe goed is de controle? Kijk naar de seriële INR-waarden in het 'gele boek' van de patiënt of de computerafdruk. Laten we bijvoorbeeld zeggen dat de seriële meetwaarden 2.1, 2.6, 3.0, 2.9, 3.1, 2.4 - enzovoort zijn. En dit bij een patiënt wiens 'ideale' vroege studies aantoonden dat de INR van mevrouw Jones 3,9 zou moeten zijn.

Eenvoudig! De patiënt krijgt niet de juiste dosis. Liever een diabeticus die de helft van de dosis insuline ontvangt! En een waarneming meldde keer op keer - veel patiënten met het Hughes-syndroom lijken een agressievere INR te vereisen.Bijvoorbeeld 3,5 tot 4.

Kay Pryzslak, in haar uitstekende boek "Sticky Blood", loopt mee in goede gezondheid en heeft een heel druk leven met een INR van 4!

Helaas lijken veel patiënten een 'harde tijd' te krijgen in hun anticoagulantieklinieken, waar verpleegsters meer gewend zijn aan een INR van bijvoorbeeld 2,5 in oudere dames met atriale fibrillatie.

Natuurlijk zijn de zorgen over bloedingen reëel (hoewel gewoonlijk wanneer de INR meer dan 4 is).

Dus de eerste en meest voorkomende reden voor falen is 'verkeerde dosis'. Het is mijn eigen praktijk om, in samenwerking met de arts van de patiënt en de plaatselijke trombosedienst, de dosis voorzichtig te verhogen met behulp van een INR-machine met zelftestende vingerprikken.

Veel van mijn patiënten hebben inderdaad hun eigen INR-machine gekregen - de terugkeer van hoofdpijn of 'hersennevel' - wat een onmiddellijke INR-controle en geschikte, zachte wijziging in de dosering van warfarine vereiste.

Wat nog meer? Wat als, wat hij of zij ook doet, de INR op grote schaal schommelt of de hoofdpijn aanhoudt? Of de tiener die echt niet 'warfarin kan zijn' en zijn behoefte aan een redelijk regelmatig dieet en alcoholgebruik.

Ten eerste (en in zeldzame gevallen) hebben we een lage dosis aspirine (75 mg dagelijks) toegevoegd aan de warfarine.Vanzelfsprekendverhoogt dit het risico op bloedingen en moet het alleen als uitzonderlijk worden beschouwd, en onder strikte medische begeleiding.

Dan zijn er natuurlijk de 'NOAC's'.Het goede nieuws is dat de farmaceutische industrie nieuwe orale anticoagulantia (NOAC's) ontwikkelt en op de markt brengt.Deze worden nu veel gebruikt, ook bij patiënten met het Hughes-syndroom. En over het algemeen zijn ze effectief. Er zijn echter verontrustende voorbeelden van patiënten die opnieuw zijn trombosed bij het overschakelen van warfarine op een NOAC. Een groot onderzoek met warfarine versus rivaroxaban werd hier uitgevoerd in Londen, geleid door Dr. Hannah Cohen. Helaas liet deze goed gecontroleerde vergelijkende studie de superioriteit van het ene of het andere geneesmiddel niet zien. De jury is nog steeds uit.

En, in het geval van mevrouw Jones? Goed nieuws. Ze leidt een volledig en bijna hoofdpijnvrij leven, geholpen door haar INR zelftestmachine. Haar INR? Continu aan 3.8

vertaling Siem Boekhorst
 

Oproep voor het laatste groepsgesprek over APS

Meepraten vanuit patiëntenperspectief

ARCH

 

Meepraten over APS

 

Graag nodigen wij u uit voor deelname aan een groepsgesprek over uw ervaringen in de zorg rondom het antifosfolipidensyndroom (APS) en uw mening over knelpunten en verbeterpunten. Deze groepsgesprekken maken deel uit van de activiteiten van werkgroep ARCH-APS.

ARCH ARCH staat voor Arthritis Research and Collaboration Hub en is een initiatief van het Reumafonds. Het project bouwt een online medisch expertiseplatform over zeldzame vormen van reuma, voor alle patiënten en artsen in Nederland die daarmee te maken krijgen. Dit project is gestart omdat de zorg voor mensen met zeldzame vormen van reuma – ook wel systemische auto-immuunziekten genoemd – beter kan.

NVLE - De NVLE draagt dit initiatief een warm hart toe en is nauw betrokken bij het project om zo ARCH tot een succes te maken. Het is belangrijk dat we de stem van alle patiënten laten klinken en daarom is uw deelname zo waardevol.

 

Deelname groepsgesprek - Wij vragen u eenmalig deel te nemen aan een groepsgesprek waar u uw ervaringen kunt delen en uw mening kunt geven over knelpunten en wensen rondom de zorg voor APS. Het gesprek zal plaatsvinden in een groep van 6 tot 10 patiënten en zal geleid worden door een onderzoeker van ARCH en zal ongeveer 1,5uur duren. Bij het gesprek is ook een vrijwilliger van de NVLE aanwezig. 

Na het groepsgesprek vragen wij u commentaar te geven op een samenvatting van dit gesprek om te toetsen of de kern van het interview goed is overgekomen en volledig is. Uw gegevens worden strikt vertrouwelijk behandeld en uw naam zal in rapporten over het gesprek niet worden genoemd. Het groepsgesprek wordt opgenomen met een geluidsrecorder. De geluidsopnamen worden digitaal bewaard en alleen de onderzoeker heeft hier toegang toe.

Het laatste groepsgesprek vindt plaats in Utrecht.

De onderzoekers van Arch zijn op zoek naar mensen met zowel primaire APS (alleen APS) en naar mensen met secundaire APS (bijvoorbeeld naast SLE of andere auto immuunaandoening)

 

wanneer: 21 november 2018 (aanmelden voor 14 november)

waar: Lokatie BCN Utrecht (Centraal Station Utrecht)

Hoe laat: Tijd: 11.00

 

Voor meer informatie, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Onderzoek naar APS

 

Deelnemers gezocht voor een onderzoek voor patiënten met APS en mensen uit hun omgeving

amc onderzoek

Voor vragen over dit project of aanmeldingen kun je je via de mail aanmelden bij Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

 

Gezocht

Meepraten vanuit patiëntenperspectief

ARCH

Voor het project ARCH, opgezet door het ReumaNederland, is antifosfolipidensyndroom.nl op korte termijn op zoek naar een antifosfolipide patiënt die op basis van ervaringsdeskundigheid wil meepraten over wat er nu precies wel en niet belangrijk is. Je praat op gelijkwaardige basis mee met de gespecialiseerde dokters en geeft de actieve input. Ook ben je aanwezig bij de vergaderingen. Ervaring leert dat dit een keer of acht per jaar is, waarbij de vergaderingen soms telefonisch gehouden worden. Voor deze vrijwillige functie worden de reis en eventueel andere kosten vergoed door de Stichting Arch.

Lidmaatschap van de NVLE is geen vereiste. Meer informatie over ARCH op de website

Voor meer informatie, aanmelden/of reactie kun je mailen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Proefschrift Luuk van den Hoogen

Het immuunsysteem ontrafeld

in systemische lupus erythematodes en het antifosfolipiden syndroom

Nederlandse samenvatting

 

Delineating the deranged immune system

in systemic lupus erythematosus and antiphospholipid syndrome

 

Systemische lupus erythematodes (SLE) is een auto-immuunziekte die wordt gekenmerkt door de vorming van antistoffen tegen verschillende lichaamseigen eiwitten inclusief het eigen DNA. Deze antistoffen activeren het afweersysteem (immuunsysteem) wat kan leiden tot ontstekingen in verschillende orgaansystemen waaronder de huid, gewrichten en nieren. SLE kan op elke leeftijd voorkomen maar wordt het vaakst ontdekt rond het 30e levensjaar en vrouwen worden vaker getroffen dan mannen (de vrouw-man verhouding bedraagt ongeveer 9:1).

Ondanks dat we de precieze oorzaak van SLE niet kennen, weten we dat een ontregeling van het immuunsysteem ten grondslag ligt aan SLE. Dankzij wetenschappelijk onderzoek naar de rol van het immuunsysteem in patiënten met SLE begrijpen we beter welke immuuncellen en ontstekingseiwitten betrokken zijn bij het ontstaan van en in stand houden van SLE. Dergelijk onderzoek heeft geleid tot de ontdekking van aangrijpingspunten voor nieuwe medicijnen alsook de ontdekking van signaalstoffen welke gebruikt kunnen worden om bijvoorbeeld ziekteactiviteit te meten in patiënten met SLE (zogenaamde biomarkers).

Het antifosfolipiden syndroom (Engels: antiphospholipid syndrome, APS) behoort net als SLE tot de auto-immuunziekten. In patiënten met APS worden zogenaamde antifosfolipiden antistoffen gevonden (zoals antistoffen tegen β2-glycoproteïne I en cardiolipine of een positieve lupus anticoagulans test). Klassieke uitingen van APS zijn trombose (bijvoorbeeld een trombosebeen of een beroerte) en zwangerschapscomplicaties (bijvoorbeeld herhaalde miskramen). Daarnaast kunnen afwijkingen van de hartkleppen, nieren en een verlaagd aantal bloedplaatjes voorkomen. APS werd voor het eerst beschreven in patiënten met SLE. Ongeveer 20% van de SLE patiënten heeft naast SLE ook APS (secundair APS, SLE+APS). Anderzijds kan APS ook voorkomen in patiënten die geen SLE (of andere auto-immuunziekte) hebben en wordt dan primair APS genoemd (PAPS).

Wetenschappelijk onderzoek naar APS heeft zich voornamelijk gericht op hoe antifosfolipiden antistoffen de bloedstolling activeren. Trombose (de vorming van bloedstolsels leidend tot een afsluiting van een bloedvat) is immers de belangrijkste uiting van APS. In tegenstelling tot andere auto-immuunziekten weten we echter nog betrekkelijk weinig over de rol van het immuunsysteem in APS. Daarom onderzochten wij in dit proefschrift verschillende typen immuuncellen en ontstekingseiwitten in het bloed van patiënten met APS en vergeleken APS patiënten met SLE patiënten. Zo brachten we de rol van het immuunsysteem in APS en SLE in kaart.

Het immuunsysteem ontrafeld in het antifosfolipiden syndroom

In hoofdstuk 2 schreven we een overzichtsartikel over wat er tot dan toe onderzocht was met betrekking tot het immuunsysteem in patiënten met APS. Eén van de dingen die ons hierbij opviel is dat er weinig onderzoeken zijn gedaan die APS met SLE vergelijken. In de daarop volgende hoofdstukken beschreven we immunologische fenomenen in patiënten met PAPS in vergelijking tot patiënten met SLE of SLE+APS. Zo beschreven we de aanwezigheid van een interferon signature (hoofdstuk 3) in patiënten met APS en ontdekten dat deze gemakkelijk te bepalen is door het stofje galectin-9 te meten (hoofdstuk 4). Ook beschreven we dat APS patiënten, net als SLE patiënten, een versterkte neiging tot het produceren van neutrophil extracellular traps (NETs) (hoofdstuk 5 en 6) en een verhoogde productie van het ontstekingseiwit BAFF (B-cell activating factor, hoofdstuk 7) hebben. We beschreven met welke factoren deze immunologische fenomenen samenhangen in patiënten met APS. Aangezien deze immunologische afwijkingen aangrijpingspunten vormen voor nieuwe therapieën in SLE, zouden dergelijke geneesmiddelen in de toekomst misschien ook kunnen worden gebruikt voor de behandeling van APS.

Plasmacytoide dendritische cellen en type I interferon: oorzaak en gevolg in SLE en APS

Plasmacytoide dendritische cellen (pDCs) zijn immuuncellen die grote hoeveelheden interferon kunnen produceren. Zij worden daarom gezien als oorzaak van de interferon signature in patiënten met SLE en APS. Om te bestuderen waarom en hoe deze cellen interferon produceren in SLE en APS isoleerden wij pDCs van deze patiënten en bestudeerden hun genexpressie profiel. We ontdekten dat microRNAs, dit zijn kleine stukjes RNA die de expressie van andere genen reguleren, verlaagd tot expressie komen in pDCs van SLE en APS patiënten, met name in patiënten met een sterkere  interferon signature (hoofdstuk 8). Dit profiel van verlaagde microRNA expressie komt overeen met het microRNA profiel van geactiveerde pDCs en draagt mogelijk bij aan de activatie van pDCs in SLE en APS.

Daarnaast beschreven we gen-expressie profielen in pDCs en vergeleken deze met een ander type dendritische cel, de myeloide dendritische cel (mDC) in patiënten met SLE, SLE+APS en PAPS. Opvallend genoeg waren er meer overeenkomsten dan verschillen in de gen-expressie profielen van deze cellen tussen SLE en APS patiënten waarbij de aanwezigheid van de interferon signature een grote invloed had op het gen-expressie profiel. Hoewel in beide cellen interferon het gen-expressie profiel sterk beïnvloedt, was het cel specifieke effect van interferon op beide cel typen verschillend met het uiteindelijke effect de interferon signature in stand te houden (hoofdstuk 9). 

Het effect van interferon op immuuncellen in SLE en andere autoimmuunziekten

Granzyme B (GrB) is een stof die wordt uitgescheiden door immuuncellen waaronder pDCs en T-cellen. Een teveel aan GrB kan schade aanrichten aan weefsels. In hoofdstuk 10 zagen we dat GrB, maar niet andere granzymen, verhoogd aanwezig zijn in het bloed en in de nieren van patiënten met SLE. In het bloed hing dit samen met een hogere interferon signature en in het nierbiopt met de chroniciteitsindex zoals bepaald door de patholoog. In hoofdstuk 11 bestudeerden we de recent ontdekte innate lymphoid cells (ILCs) in patiënten met SLE en patiënten met het syndroom van Sjögren (SjS). In andere reumatische ziektebeelden waaronder reumatoïde artritis spelen deze cellen een rol in het in stand houden van ontsteking in het weefsel en wij beschreven dat in SLE en SjS de ILC aantallen samenhangen met de interferon signature.

Massacytometry: een nieuwe manier om het immuunsysteem te doorgronden?

Het immuunsysteem bestaat uit verschillende type immuuncellen. Elk type immuuncel brengt specifieke eiwitten tot expressie op zijn celmembraan. Hierdoor kunnen onderzoekers bepalen welke immuuncellen er aanwezig zijn in het bloed of weefsel van patiënten. Cytometry by time of flight (CyTOF) is een nieuwe manier om verschillende typen immuuncellen te meten in bijvoorbeeld bloed van patiënten met auto-immuunziekten. Het voordeel van CyTOF is dat op 1 cel ruim 40 verschillende markers in één keer bestudeerd kunnen worden. In hoofdstuk 12 gebruikten we CyTOF om de proporties van immuuncellen tussen verschillende auto-immuunziekten in kaart te brengen. Naast SLE bestudeerden we patiënten met verschillende uitingen van systemische sclerose (SSc) en patiënten met het syndroom van Sjögren (SjS). Hoewel er veel overeenkomsten zijn in het voorkomen van subtypen immuuncellen tussen de drie ziektebeelden kent ieder ziektebeeld één of meerdere subtype immuuncellen waarvan de frequentie meer specifiek is aangedaan in dat ziektebeeld.

Conclusie

In dit proefschrift beschreven wij immunologische kenmerken van patiënten met APS in vergelijking tot patiënten met SLE. Daarnaast bestudeerden wij in geselecteerde hoofdstukken ook andere auto-immuunziekten zoals het syndroom van Sjögren en systemische sclerose. Door verschillende immuuncellen en ontstekingseiwitten te bestuderen beschreven we verschillen, maar met name ook overeenkomsten in immunologische fenomenen tussen deze verschillende ziektebeelden. Het herkennen en indelen van patiënten met verschillende auto-immuunziekten op basis van immunologische afwijkingen kan in de toekomst bijdragen aan nieuwe behandelingsmogelijkheden in patiënten met auto-immuunziekten.

Wat kan er volgens u beter in de zorg?

ARCHPraat mee over het antifosfolipiden syndroom!NVLE logo

 

Beste heer/mevrouw, 


Graag nodigen wij u uit voor deelname aan een groepsgesprek over uw ervaringen in de zorg rondom het antifosfolipidensyndroom (APS) en uw mening over knelpunten en verbeterpunten. Deze groepsgesprekken maken deel uit van de activiteiten van werkgroep ARCH-APS.

ARCH - ARCH staat voor Arthritis Research and Collaboration Hub en is een initiatief van het Reumafonds. Het project bouwt een online medisch expertiseplatform over zeldzame vormen van reuma, voor alle patiënten en artsen in Nederland die daarmee te maken krijgen. Dit project is gestart omdat de zorg voor mensen met zeldzame vormen van reuma – ook wel systemische auto-immuunziekten genoemd – beter kan.

NVLE - De NVLE draagt dit initiatief een warm hart toe en is nauw betrokken bij het project om zo ARCH tot een succes te maken. Het is belangrijk dat we de stem van alle patiënten laten klinken en daarom is uw deelname zo waardevol.

 

Deelname groepsgesprek - Wij vragen u eenmalig deel te nemen aan een groepsgesprek waar u uw ervaringen kunt delen en uw mening kunt geven over knelpunten en wensen rondom de zorg voor APS. Het gesprek zal plaatsvinden in een groep van 6 tot 10 patiënten en zal geleid worden door een onderzoeker van ARCH. Het groepsgesprek vindt op twee momenten plaats op twee verschillende plekken in het land en zal ongeveer 1,5uur duren. Bij ieder gesprek is ook een vrijwilliger van de NVLE aanwezig. Meer informatie over de locatie krijgt u als u zichzelf heeft aangemeld. Alle locaties zijn goed bereikbaar met openbaar vervoer en de auto.

Na het groepsgesprek vragen wij u commentaar te geven op een samenvatting van dit gesprek om te toetsen of de kern van het interview goed is overgekomen en volledig is. Uw gegevens worden strikt vertrouwelijk behandeld en uw naam zal in rapporten over het gesprek niet worden genoemd. Het groepsgesprek wordt opgenomen met een geluidsrecorder. De geluidsopnamen worden digitaal bewaard en alleen de onderzoeker heeft hier toegang toe.

Het groepsgesprek vindt op twee momenten plaats op twee verschillende plekken in het land. U kunt zelf kiezen welke plek het beste te bereiken is voor u. 

De onderzoekers van Arch zijn op zoek naar mensen met zowel primaire APS (alleen APS) en naar mensen met secundaire APS (bijvoorbeeld naast SLE of andere auto immuunaandoening)


Datum: 29 juni

Tijd: 10.00-12.00uur

Plaats: Utrecht, centraal station  

 

Datum: 6 juli
Tijd: 10.00-12.00uur

Plaats: Afhankelijk van de aanmeldingen zal een locatie worden bepaald.

Door deel te nemen aan een van de gesprekken heeft u direct invloed op de verbetering van uw zorg!

U heeft tot 20 juni de tijd Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., geef daarbij ook aan welke datum u wenst mee te doen.

 

ASK ARCH logo RGB small 300x248Andere vragen over dit project of nog vragen voordat u zich opgeeft Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

 


Voor meer informatie over ARCH kunt u terecht op www.nvle.org/arch en www.arch.nl of op deze website


Wij hopen dat wij kunnen rekenen op uw deelname!

Met vriendelijke groet, 

 

Julia Spierings, onderzoeker en medewerker ARCH

Sander Otter, patiëntvertegenwoordiger NVLE

Maarten Limper, internist- klinisch immunoloog UMC Utrecht, werkgroepleider ARCH APS

 

NVLE logoARCH

 

Nieuw met de diagnose

De diagnose Antifosfolipide syndroom kan veel vragen oproepen. Als u pas de diagnose APS heeft gekregen komt er veel informatie op uw af. Hier vindt u een suggestie om daar mee om te gaan...

lees verder

banner steun nvle

Banner fonds

Vragen vragen en nog eens vragen...

Is het Antifosfolipiden syndroom erfelijk?
En is het besmettelijk?
Kun je er eigenlijk oud mee worden?
het antwoord op veelgestelde vragen vind je hier!

Lees verder

Accepteer cookies Of lees ons privacybeleid